Bouwen met vertrouwen!

Kalco Bouw, Vakmanschap bestaat nog!

Wij hebben nog gewoon tijd voor u!

Kalco Bouw, Vakmanschap bestaat nog!

Beste prijskwaliteit verhouding in Nederland!

Kalco Bouw, Vakmanschap bestaat nog!

Bouwen met vertrouwen!

Kalco Bouw, Vakmanschap bestaat nog!

Kalco bouw villas en vrijstaande woningen

Kalco Bouw, Vakmanschap bestaat nog!

Iedereen verdient een Kalcohuis!

Kalco Bouw, Vakmanschap bestaat nog!

Kalco bouw villas en vrijstaande woningen

Kalco Bouw, Vakmanschap bestaat nog!

Standaard met liefde gebouwd en dat zie je!

Kalco Bouw, Vakmanschap bestaat nog!

Bouwen met vertrouwen!

Kalco Bouw, Vakmanschap bestaat nog!

Wij hebben nog gewoon tijd voor u!

Kalco Bouw, Vakmanschap bestaat nog!

Als de service ook iets beter mag zijn!

Kalco Bouw, Vakmanschap bestaat nog!

Iedereen verdient een Kalcohuis!

Kalco Bouw, Vakmanschap bestaat nog!

Bouwen met vertrouwen!

Kalco Bouw, Vakmanschap bestaat nog!

Speciaal voor u gebouwd.

Kalco Bouw, Vakmanschap bestaat nog!

Standaard met liefde gebouwd en dat zie je!

Kalco Bouw, Vakmanschap bestaat nog!

Bouwen met vertrouwen!

Kalco Bouw, Vakmanschap bestaat nog!

Beste prijskwaliteit verhouding in Nederland!

Kalco Bouw, Vakmanschap bestaat nog!

Wij hebben nog gewoon tijd voor u!

Kalco Bouw, Vakmanschap bestaat nog!

Als de service ook iets beter mag zijn!

Kalco Bouw, Vakmanschap bestaat nog!

Standaard met liefde gebouwd en dat zie je!

Kalco Bouw, Vakmanschap bestaat nog!

De beste prijskwaliteit verhouding

Kalco Bouw, Vakmanschap bestaat nog!

Beste prijskwaliteit verhouding

Kalco Bouw, Vakmanschap bestaat nog!

Kalcobouw: villa's en vrijstaande woningen

Kalco Bouw, Vakmanschap bestaat nog!

Bouwvormen

  • Traditionele woninbouw
  • Systeembouw
  • Strobouw
  • Staalbouw
  • Houtskeletbouw
  • Cascobouw
  • Passiefhuis
  • Architectuur
  • Logbouw
  • Boerderij woningen
  • Herenhuis
  • Loftbouw
  • Modern
  • Revival
  • Notariswoning
  • Hedendaags verleden
  • Villa
  • Waterwonen

Traditionele woninbouw:
Onder traditionele bouw verstaan we de bouwmethode die in de loop van jaren is ontwikkeld en waarbij gebruik gemaakt wordt van lokaal gangbare materialen. In ons land zijn die materialen baksteen en dakpannen en hout. Deze methode wordt ook wel stapelbouwmethode genoemd. Kleine handzame elementen (bakstenen) worden op elkaar gestapeld en tot muren gemetseld. Houten kozijnen worden gebruikt om de muuropeningen functioneel te kunnen maken en houten balken met vloerplanken vormen de vloeren en de daken. De regendichtheid wordt met dakpannen gewaarborgd.
Bijna al het werk vindt plaats op de bouwplaats.

De moderne versie van deze methode wijkt hier aanzienlijk van af. Binnenmuren en binnenspouwbladen worden tegenwoordig vaak gemaakt van grote blokken die soms bijna 300 kg per stuk wegen. Er is dan een kraantje nodig om de blokken te stapelen. Vloeren zijn bijna altijd van beton, zowel voor de begane grond als voor de verdieping. Ze worden in een fabriek geprefabriceerd en met een kraan op de dragende muren gelegd. De dakplaten worden eveneens geprefabriceerd, ze bestaan uit houten regels, isolatiemateriaal en latten voor de dakpannen. De platen worden met de kraan op hun plaats gelegd. Zo is het traditionele stapelen goeddeels vervangen door montage van prefab-elementen.

Toch is het uiterlijk van een dergelijke woning niet veel anders dan in het verleden. Rondom de dragende muren wordt een spouwmuur gemaakt met isolatie in de spouw en buitenmuren van gemetselde bakstenen. Kozijnen worden nog vaak van hout gemaakt en op de prefab daken komen dakpannen van beton of ceramiek. Deze moderne manier van werken biedt meer wooncomfort dan in het verleden. Er is een goede warmte-isolatie en een goede vocht- en tochtwering. De onderhoudskosten zijn beperkt. De hedendaagse traditioneel gebouwde woning bestaat dus grotendeels uit geprefabriceerde elementen.

Systeembouw
De bouwtijd is kort door prefabricage en goede logistiek. De bouwtijd is bovendien minder weersafhankelijk. Systeembouw spaart het milieu. Prefabricage op de fabriek zorgen voor weinig bouwafval en minder bouwverkeer. Het montagesysteem maakt hergebruik van bouwmaterialen mogelijk. Een systeemgebouw kan lang mee en kan gaandeweg eenvoudig worden aangepast aan gebruikerseisen. Systeembouw heeft optimale brandveiligheid doordat systeembouw werkt vanuit vaste patronen waarbij leerpunten worden meegenomen in het volgende project.

Strobouw
Strobouw wordt in ons land nog maar op beperkte schaal toegepast. In feite is het een vorm van houtskeletbouw. Het skelet wordt bij deze bouwstijl opgevuld met strobalen. De houten draagstructuur wordt inclusief dak op de funderingen geplaatst. Vervolgens kunnen onder dit afdak de strowanden worden opgetrokken. Het is immers van groot belang dat de strobalen niet nat kunnen worden. De wanden in stro worden vervolgens afgewerkt met een duurzame, ademende leempleister. Deze pleister regent niet af en kan worden afgewerkt met een materiaal naar keuze. Het lemen pleisterwerk aan de binnenzijde regelt de vochtigheidsgraad in de woning en zorgt voor een gezond binnenklimaat. Strobouw is een ecologische bouwmethode met een gunstige energieprestatie.

Staalbouw
Zin in grote, hoge vrije ruimten, veel glas en lichtinval? En in een bijzondere detaillering en afwerking? Dan is een woning met een staalconstructie of stalen gevel heel geschikt. Een staalconstructie heeft een skeletvormige opbouw, met kolommen en liggers, waartussen of waartegen de andere bouwdelen worden gemonteerd. Zo kunnen vrijwel alle denkbare vormen en afmetingen van het gebouw worden gemaakt, zonder onverplaatsbare wanden en vloeren. Alle materialen en afstanden zijn mogelijk, waardoor elke woning uniek is. Speels worden de overgangen van woonkamers naar keukens of bijv. van slaapkamers naar (dak)terassen. Staal is licht en verkrijgbaar in grote of juiste handzame onderdelen. De woning kan goeddeels geprefabriceerd worden in de fabriek. De bouwtijd op locatie wordt zo tot het minimum beperkt en het huis is bovendien van hoge kwaliteit. Omdat staalbouw uitgaat van een skeletstructuur, kan ook later nog eenvoudig worden uitgebreid of aangepast. Grotere ruimtes kunnen worden verkleind, maar met hetzelfde gemak kunnen meerdere kleinere ruimtes samengevoegd worden tot één grote. Ook kunnen aan de staalconstructie allerlei extra delen worden gemonteerd, zoals luifels, serres of bijv. een hele keuken.

Over staal bestaat de misvatting dat het 'koud' en 'koel' zou zijn. De vele villa's die Nederland inmiddels rijk is, bewijzen juist dat het binnenklimaat erg prettig kan zijn. Ook door de keuze van de afwerking. Energierekeningen hoeven niet hoger uit te vallen dan bij conventionele bouw. Sterker nog:staalbouw heeft 'van nature' ruimten die worden gevuld met isolatiemateriaal waardoor hoge isolatiewaarden kunnen worden gehaald. Een extra sterke kant van staal is het feit dat het 100% recyclebaar is en daarmee een duurzaam bouwmateriaal. Al het staal kan bij sloop of demontage magnetisch worden geselecteerd en bijv. verwerkt worden in andere (nieuw)bouw. Ong. 51% wordt zo hergebruikt. Als dat niet mogelijk is, kan het worden teruggebracht in het staalproductieproces. Zo'n 49% van het constructiemateriaal komt terug in de cycles. De kosten voor woningen die opgetrokken zijn uit staal, zijn vergelijkbaar met andere vrije sectorwoningen of catalogusbouw.

Houtskeletbouw
Houtskeletbouw is snel, efficiënt en kostenbesparend. Bouwcomponenten als dak- en gevelelementen worden in de fabriek geprefabriceerd. Omdat er onder gecontroleerde omstandigheden wordt gewerkt, is deze bouwmethode in hoge mate milieuvriendelijk. De methode leent zich ook uitstekend voor duurzaam en energiebesparend bouwen. Wie bij het woord houtskeletbouw denkt aan  houten huizen, heeft het gedeeltelijk mis. Met houtskeletbouw (hsb) wordt puur het industriële bouwproces bedoeld, waarbij de houten draagconstructie van de woning wordt geprefabriceerd. Dak-, gevel- en vloerelementen worden in de fabriek gemaakt en op de bouwplaats in korte tijd in elkaar gezet. De afwerking neemt daarna nog ong. 3 maanden in beslag. Vaak wordt er gewerkt in een mix van traditioneel bouwen en houtskeletbouw. In Nederland stort men graag een gewone betonnen fundering en benedenvloer. Als de woning voor wat betreft het buiteblad afgewerkt wordt met gewone bakstenen muren, oogt het eindresultaat net zo als iedere andere woning. In Nederland is inmiddels 5% van alle woningen gebouwd volgens de hsb-methode. Enkele tientallen bouwbedrijven hebben zich in deze geautomatiseerde bouw gespecialiseerd, zowel voor projecten als particulieren. Onder hen een fors aantal bedrijven dat desgewenst het hele bouwproces kan begeleiden, incl.het lastige vergunningentraject. Het belangrijkste voordeel van hsb is de bouwsnelheid. Die ligt 2x zo hoog in vergelijking met traditionele bouw. binnenmuren, erkerd, vloerdelen en dakschilden worden standaard opgebouwd uit een balken raamwerk en vervolgens voorzien van isolatie, kozijnen, draaiende delen en eventueel technische installaties. Het geheel krijgt daarna een bekleding met een (brandwerend) plaatmateriaal. Tot slot gaan alle onderdelen per dieplader naar de bouwplaats. Daar wordt de constructie in 1 of 2 dagen samengevoegd. Omdat er gelijk een wind- en waterdicht casco staat, kan direct worden gestart met de afbouw. Ook aan de binnenzijde, incl. gipsplaten en schilderwerk. Er is immers amper sprake van bouwvocht. De hoge efficiëntie leidt tot producten met een scherpe prijs-kwaliteit verhouding. De korte bouwtijd kan bovendien fors schelen in bouwrente of renteverlies in het geval van een overbruggingskrediet. Houtskeletbouw staat te boek als een hoogwaardige, milieuvriendelijke bouwmethode. Door de gestandaardiseerde productie wordt een industriële maatvastheid verkregen. Alle onderdelen worden computergestuurd verzaagd en pas gemaakt. Door het relatief lage gewicht van hout als bouwmateriaal is het transport makkelijker en kunnen de constructies lichter worden uitgevoerd. Bovendien scoort hsb milieutechnisch zeer hoog. Ook vanuit gezondheidsoogpunt zijn er voordelen, de uitstoot van radonstraling ligt aanzienlijk lager. Hsb is brandwerend, vochtwerend en kan gemakkelijk worden voorzien van deugdelijke warmte- en geluidsisolatie. De hoge isolatiewaarden van hout als basismateriaal maakt hsb extra aantrekkelijk. Dikke isolatiedekens (15-17cm) kunnen onder gecontroleerde omstandigheden perfect passend in het binnenspouwblad worden geplaatst. Houtskeletbouw is gebaseerd op een doordacht modulair maatsysteem. Dat kan bijv. liggen op een moduulmaat van 120cm en een standaard plafondhoogte. Maar daarbinnen zijn vele variaties mogelijk. Met hout zijn namelijk ongekend groter overspanningen te maken. Dat houdt in dat veel binnenmuren niet dragend zijn en dus nagenoeg altijd nog verplaatst kunnen worden. Los van de bouw van een gepersonaliseerde woning, maakt dat hsb woningen ook nog eens zogenaamd 'levensloopbestendig' zijn. Veranderen de woonwensen, dan kan de woning met een minimum aan verbouwingsinspanning aangepast worden. Juist die modulaire insteek van hsb garandeert ook op de lange termijn grote flexibiliteit.

Cascobouw
Cascobouw is een bouwmethode waarbij de bouwer een door hem zelf te bepalen deel van de bouw in eigen beheer kan uitvoeren. Het cascodeel bestaat uit geprefabriceerde wand – vloer en dakelementen die worden geplaatst door de aannemer.
Het casco van de woning staat normaal gesproken binnen 2 dagen en is dan, afhankelijk van hetgeen is afgesproken in deze fase van het bouwen, wind- en waterdicht. Daarna begint voor de opdrachtgever de grote klus om de woning van binnen en indien men daar ook voor kiest van buiten af te werken.
Men kan er voor kiezen om de woning op te leveren zonder installaties of sanitair. Maar ook bijvoorbeeld de niet dragende binnenwanden, en binnenkozijnen kan men zelf aanbrengen.
Daarnaast bestaat de mogelijkheid voor het al dan niet aanbrengen van de dakpannen en het metselwerk, of andere bekleding aan de buitenzijde, van de woning.
Hoe ver de opdrachtgever daar mee gaat hangt af van de kennis en ervaring die men meebrengt.
De grote winst van het cascobouwen is tijd en geld besparen. Door zelf het (af) bouw tempo te bepalen kunt u daardoor de kosten spreiden en wellicht een lagere hypotheek afsluiten.

Passiefhuis
Een passiefhuis is gedefinieerd als een super geïsoleerde woning met een goede kierdichtheid en een optimale plaatsing op de zon. Het huis wordt 'passief' opgewarmd door zonlicht en warmteterugwinning uit de eigen, verbruikte ventilatielucht. De aanvullende energiebehoefte wordt duurzaam opgewekt met warmtepompen, zonnecollectoren en zonnepanelen. Gemiddeld ligt het totale energieverbruik van een passiefhuis 75% lager dan bij de nieuwbouw van nu. De meeste passiefhuizen vragen nog steeds een klein beetje toegeleverde energie, hoe weinig ook. Als je de energievoorziening puur elektrisch houdt, is het energieverbruik op nul te krijgen. Nog een stap verder gaat het energieplus huis. Hier is het de bedoeling dat er op jaarbasis energie overblijft. Naast energiebesparing staat in dit concept het zelf opwekken van energie centraal. Om al die benodigde energiebesparing te bereiken, zijn er natuurlijk wel aangepaste bouwmethodes nodig. Met gebruik van innovatieve, energie-efficiënte materialen bijv. gelaagde wanden, meerlaagse dakbeplatingen, dubbel afsluitende ramen en deuren, etc. Dit soort bouwmaterialen zijn helaas nog geen gemeen goed. Hart van alle energiezuinige bouw is de balansventilatie. Dit ventilatiesysteem op basis van WarmteTerugWintechniek (WTH) regelt zowel de luchttoevoer als de luchtafvoer. Via een warmte wisselaar wordt meer dan 85% van de energie uit de af te voeren lucht weer overgedragen aan de aangezogen verse lucht. Daarmee wordt dus ook de warmte, opgewekt door verlichting, huishoudelijke app. en de levende wezens in huis, weer recycled. Dankzij deze luchtverwarming zijn conventionele radiatoren niet meer nodig. Als naverwarming is een vloer- of wandverwarmingssysteem afdoende. Een tweede pluspunt van balansventilatie is het constante binnenklimaat: geen tocht, geen koudestraling en, dankzij de nieuwe generatie filters, ook een goede luchtkwaliteit. Dankzij al die isolerende en energiebesparende maatregelen zit het gemiddelde passiefhuis op een EPC (Energie Prestatie Coëfficiënt) van circa 0,4. De extra investeringen verdienen zich relatief snel terug door de lagere stookkosten. Zeker als de energieprijzen (verder) gaan stijgen.

Architectuur
Verwacht wordt dat de energieneutrale bouw een revolutie zal betekenen in de architectuur. Daarbij spelen het dak en de gevels een grote rol. Het dak staat vol met zonnecellen; de gevelindelingen vangen of blokkeren juist het zonlicht. Diverse architectenbureaus hebben al avant-gardistische ideeën gelanceerd, met bijzondere loggia's en buitenjaloezieën. Toch blijkt de klassieke Hollandse bouw geschikt voor energierenderende bouw. Goed nieuws voor liefhebbers van de populaire dertiger jaren stijl. die bij het woord 'energieneutraal' direct denkt aan een futuristische blokkendoos. Let op Kalcobouw heeft nu al de ervaring om zonder tussenkomst van extreme wijzigingen en dure apparatuur, op een epc van 0.4 te bouwen. Vraagt u om meer informatie bij onze onze afdeling verkoop.

Logbouw
Hierbij is hout het belangrijkste bouwmateriaal. Evenals traditionele bouw is dit een ‘stapeltechniek’, maar deze methode bestaat uit het stapelen van houten balken.  Deze uit Scandinavië stammende ‘blokhutbouw’ vormt een buitengevel van gestapelde balken. Een logbouwwoning herken je meteen aan de karakteristieke hoeken met uitstekende balken. De fundering en de betonnen beganegrondvloer wijken niet af van die van andere bouwvormen. Wie kiest voor een houten vloer zal tussen het beton en de houten vloer eerst een kruipruimte moeten aanbrengen alvorens de houten vloerdelen te plaatsen. Praktisch is een houten “parket” vloer op de betonconstructie, die eruit kan zien als een plankenvloer. Logs zijn geen gewone massief houten balken. De binnenwand kan tevens worden vervaardigd uit gestapelde houten balken. Logs zijn voorzien van een hol en een dol, waardoor ze makkelijk aan elkaar kunnen worden gemonteerd. Indien gewenst kan men de logs verlijmen. Het binnenspouwblad wordt vaak opgebouwd uit logs. Maar om hout te sparen kunnen houten delen aan staanders worden gemonteerd om ook binnen de suggestie van logs te wekken. Deze houten delen worden schijnlogs genoemd. 

We moeten zuinig omgaan met de oorspronkelijke bossen die nog op aarde te vinden zijn, waardoor het verstandig is om op te letten of het hout dat wordt gebruikt uit duurzaam beheerde bossen afkomstig is.
Dit is na te gaan door een keurmerk op het hout of op een meegeleverd certificaat. Het hout is in een dergelijk geval voorzien van een sticker of label van Stichting Keurhout of de FSC. Op het hout of op de factuur staat een certificatienummer.  Er wordt bij logbouw vooral grenenhout uit Scandinavië gebruikt. Maar ook western red cedar uit Noord-Amerika is geschikt voor toepassing in ons land. Al het hout moet worden beschermd tegen ongedierte, weersinvloeden, houtrot en schimmel, hiervoor wordt het hout geïmpregneerd. Het hout aan de binnenkant stelt minder eisen. Voor de liefhebber van hout kan met deze methode een fraaie woning worden gerealiseerd.

Boerderij woningen
Het platteland is in trek. Veel kavelzoekers dromen van een rustige plek te midden van landerijen. Maar het aantal bouwkavels in het buitengebied is zeer beperkt. Als er al mogelijkheden zijn, blijken de welstandseisen hoog. Het zal voor veel mensen een droom blijven. Bouwen in agrarisch gebied zit officieel op 'slot'. De vraag naar landelijk wonen is vele malen groter dan het aanbod. Inmiddels zijn er door de provinciale overheden een aantal 'compromisroutes' ontwikkeld. Er wordt dus nog wel gebouwd, veel van dat soort projecten zijn het resultaat van regelingen als 'Rood voor Rood', 'Ruimte voor Ruimte' of VAB (Vrijkomende Agrarische Bebouwing). Het komt er op neer dat landschapsontsierende bebouwing of niet meer gebruikte (op)stallen gesloopt mogen worden in ruil voor 'composerende' bouwkavels, ook op het bestaande erf. De sloopkosten worden betaald uit de kavelopbrengst; de verkoper houdt er nog wel winst aan over.  Met deze regelingen zijn de mogelijkheden voor hergebruik en nieuwbouw op het platteland verruimd, maar wel onder zeer stringente voorwaarden.

Herenhuis
Herenhuizen grijpen terug op het Hollands classicisme uit de 17e/18e eeuw. De hoge verdiepingen, twee volledige woonlagen tot dakgoothoogte en een symmetrische gevelindeling stonden en staan voor status. Monumentaal wonen dankzij een uitgekiende combinatie van authentieke details. De herenhuizen van nu refereren aan historische voorbeelden, maar hebben wel een eigentijds tintje gekregen. Vaak gaat het om vrijstaande (land)huizen die vooral tot hun recht komen op een flinke kavel. De hedendaagse variant van een herenhuis bestaat in de regel uit twee bouwlagen en een volwaardige zolder. Waarbij de dakgoot minimaal op plafondhoogte van de eerste verdieping ligt. Een herenhuis heeft nog steeds die kenmerkende 'hoge gootlijn', waardoor het hoogte-effect optimaal is. De goot kan naar wens versierd worden met een klassiek geprofileerde houten sierrand. Bij voorkeur geschilderd in gebroken wit of crème, dat mooi afsteekt tegen matgrijze dakpannen. Een andere chique decoratie is het zogenaamde trasraam. Om de woning loopt een hardstenen rand die de onderste metselstenen afdekt. Deze band kan effen zijn, maar ook gegroefd worden. een decoratie die de steenhouwer aanbrengt. Herenhuizen zijn onmiskenbaar monumentaal, te danken aan de statige bouwmassa en de verticale symmetrie. Vaak benadrukt door sierlijke kolommen van metselwerk in reliëf langs de voorgevel. Ook de kozijnen worden vaak staand geplaatst om de verticale belijning nog eens te onderstrepen. Voor de buitenvensterbanken worden duurzame materialen toegepast: natuursteen of beton. Het aangezicht van het herenhuis is door de jaren heen onveranderd gebleven. De in het midden van de gevel geplaatste voordeur wordt niet zelden geaccentueerd door een risaliet. Als bekroning hiervan zien we vaak een fronton, zo'n driehoekig topsegment. Soms nog versierd met een rond of ovaal raam. Hoewel de ramen groot zijn, heeft een herenhuis aan de voorzijde minder raamoppervlak dan aan de achterkant. Wel is de voorkant rijker gedecoreerd. De zijkanten zijn redelijk gesloten. Qua uitzicht ligt het accent op de tuin. Een erker of serre kan het royale woonoppervlak nog verder vergroten en het huis in harmonie brengen met de tuin. Om de woning letterlijk op een voetstuk te zetten, wordt het huis soms nog op een terp(je) gebouwd. Een stijlvolle tuin maakt het plaatje af. Aansluitend op de belijning van het pand, wordt er meestal gekozen voor een geometrisch ontwerp. Groenblijvende of bladhoudende beplanting accentueert ook in de winter zichtlijnen en perspectief.

Loftbouw
Alhoewel Loftbouw niet een echte bouwstijl is, willen wij u deze wel de manier van (ver)bouwen wel laten zien. Een loft is een woning die heel veel leefruimte en flexibiliteit biedt en naar eigen inzicht – levensloopbestendig - kan worden ingericht. Het is een gewild onroerend goed. Een loft is geen traditionele (hokkerige) woning. Doorgaans bestaat een loft uit één grote open ruimte. Bouwkundig heeft een loft niets te verbergen. Karakteristiek zijn de hoge woonruimte en de zichthaarheid van steunbalken en bouwconstructies. Vaak worden lofts multifunctioneel gebruikt door wonen en werken te combineren. Voor de ruimtelijke indeling ligt de macht voor 100% bij de bewoner. Lofts bevinden zich vooral in voormalige - monumentale - industriele gebouwen, fabriekshallen en pakhuizen die voor bewoning geschikt zijn gemaakt. Dit zijn uiterst kostbare woonobjecten.

In de vorm verwijst de architectuur van een loft naar de authenticiteit en vertrouwdheid van een landelijke boerenschuur of stal, maar dan met de moderniteit van vandaag. Eigenlijk is een loft een soort van functionele woonschuur waarbij het concept richting de schepping van een ideaal woonleefklimaat leidend is. Stad en platteland vloeien in een loft in elkaar over. Vanzelfsprekend wordt uitgegaan van veel ruimte en hoogte, maar tegelijk zijn strak, simpel, slim en eenvoudig kenmerkende elementen. De vorm wordt bepaald door zichtbaar stalen spanten en dragers. Hierdoor ontstaat - interieur - een bijzonder lijnenspel. Naast staal worden in de uitvoering hoog isolerende wandpanelen en glas toegepast. Buitenwanden zijn van aluminium of hout. Deuren en ramen worden in overleg met de opdrachtgever ingepast. Deze zijn vooral afhankelijk van de klimatologische ligging van de woning en de gewenste interne intimiteit. Hoewel een gietvloer het meest passend bij een loft is, kan naar eigen smaak ook elk ander materiaal worden toegepast.

Modern
Modern betekent voor de meeste mensen strak en vlak. Ontwerpen in geometrische vormen, platte of verspringende daken en/of gebouwd in afwijkende bouwmaterialen. Of valt modern niet onder een bestaande stijl als het maar opvallend en onderscheidend is? 
Materialen, kleuren en vlakverdelingen spelen een belangrijke rol bij modern bouwen. De laatste jaren is de focus weer op het dak als creatief vlak komen te liggen. Dit kan variëren van een lessenaarskap tot meer gestileerde ronde vormen.  Het grote voordeel van glas is de transparantie, waardoor een ruimte wel gescheiden, maar niet begrensd wordt. Het interieur wordt in feite een verlengde van de tuin; ruimte en licht worden hierbij harmonieus gecombineerd.  Een nadeel is dat het erg warm kan worden. Daar zijn natuurlijk vele oplossingen voor. Van zonwering aan de buitenkant, geïntegreerde zonwering tussen dubbel glas tot de inzet van glassoorten met een dunne zonwerende coating (HR+++). Glas biedt meer creatieve oplossingen. Het blijkt een prima materiaal voor wandpanelen, keukenbladen en zelfs voor glazen vloeren. Esthetisch heeft bouwen met staal vele voordelen. Dit materiaal kan in alle mogelijke vormen gebogen worden; het ontwerp kan hierdoor elke denkbare vorm aannemen. Stalen spanten worden vaak als esthetisch element gebruikt waardoor staalbouw een heel eigen uitstraling krijgt. Staalconstructies laten altijd een skeletvormige opbouw zien, bestaande uit kolommen en liggers. Er zijn grote overspanningen mogelijk. Daarom zijn ingevoegde scheidingswanden nooit dragend. Verbouwen of uitbreiden kan dus relatief eenvoudig. Staalbouw kan grotendeels geprefabriceerd worden, waardoor de bouwtijd op locatie tot een minimum beperkt wordt.

Beton is allang niet meer dat simpele, grijze constructiemateriaal. Een van de meest bekende toepassingen is het gieten in een bekisting van ruwe planken, wat een natuurlijk houttextuur oplevert. Maar ook glad afgewerkt beton kan een bijzondere sfeer oproepen. Nieuwe ontwikkelingen zien we vooral prefab toepassingen. Helemaal hightech is een nieuwe betonsoort met glasvezelstaafjes die het licht doorlaten. Een dergelijke wand oogt ietwat diffuus - getipt voor meer esthetische toepassingen.

Revival
Ook 'klassieke' bouwmaterialen als steen en hout maken een trendy comeback. Ook metselwerk krijgt een facelift dankzij de nieuwe techniek van naadloos verlijmen. Door het ontbreken van voegen ontstaat een heel andere geveltextuur - strak en modern. Naast baksteen zien we ook een revival van natuursteen. Breuksteen is weer trendy, met name voor decoratieve binnenmuren en vloeren.
Hout is een ander materiaal dat weer in de lift zit. Vooral houtsoorten die in de loop van tijd vergrijzen, zoals Oregon pine, zijn populair.

Moderne bouw staat niet zelden in het teken van duurzaamheid . Hergebruik van bestaande materialen is bijna verheven tot kunstvorm. Naast de aandacht voor recyclebare materialen - hout, baksteen, beton en staal - zien we ook de opkomst van alternatieve bouwmaterialen. Denk daarbij aan het ecologisch verantwoorde bouwen met bijv. stro en leemstuc. Ideaal voor waterbuffering, filtering van schadelijke stoffen en goede warmte- en geluidsisolatie.

Notariswoning
Notariswoningen doen rijk aan, ondanks de compacte indruk door de lage daklijn. Met hun symmetrische indeling vertegenwoordigen ze een bepaalde status, refererend aan de vroegere notabelenwoning van het platteland. Inmiddels is de notariswoning een algemeen woningtype geworden. De notariswoning is niet meer weg te denken uit de vele villawijken in de buitengebieden. Een notariswoning is een statige woning met de goot op de eerste verdieping en een schuin dak met dakkapellen. Symmetrisch van opstelling met dito voorgevel en een eenvoudige, maar chique uitgewerkte entreepartij.

Karakteristiek voor de notariswoning is de schildkap met donkere dakpannen. Daarnaast springen de verschillende dakkapellen en de symmetrisch geplaatste schoorstenen meteen in het oog. De voorgevel laat een strakke, gespiegelde  symmetrie zien: in het midden een voordeur met bovenlicht, links en rechts hoge ramen met roedeverdeling. De deurpartij wordt geaccentueerd door een monumentale omlijsting en springt soms in het metselwerk naar voren, als zogenaamd 'risaliet'. Echt klassieke dakkapellen zijn weer afgewerkt met decoratieve 'oren'. In het gevelbeeld zorgen elementen als een omtimmerde goot, gootklossen en rollagen (sierbanden van staande stenen) voor de zo authentieke sfeer. Eventuele luiken complementeren het beeld.

De lage daklijn legt de nadruk duidelijk op de begane grond, zodat de term 'semibungalow' eigenlijk beter op zijn plaats zou zijn voor dit woningtype. Het leven in een notariswoning speelt zich af op de begane grond. De hoge ramen zorgen niet alleen voor een klassiek beeld, maar ook voor een geweldig licht interieur. Mede dankzij ramen aan beide zijkanten. Aan de achterzijde is de woning tuingericht dankzij grote, openslaande terrasdeuren. Moderne notariswoningen bestaan vaak uit een hoofdgebouw met forse woonkamer, werkkamer en een grote woonkeuken. In het bijgebouw zijn de bijkeuken en garage te vinden. De afwerking draagt bij aan de uitstraling van luxe en degelijkheid. Tussen de hal en de woon- en/of werkkamer ziten, niet zelden met geslepen glas ingelegde, dubbele deuren.

De zolderetage is in vergelijking met de begane grond sober te noemen. 3 tot 4 slaapkamers en een badkamer zijn eerder functioneel dan statusverhogend. Alle kamers hebben in principe schuine wanden; soms begint de schuine kap pas op een meter boven de verdiepingsvloer. Dakkapellen zorgen voor een mooie lichtinval, maar bieden slechts in beperkte mate extra woonruimte. Echt geschikt voor grote gezinnen zijn ze daardoor niet, maar toch nemen notariswoningen een bijzondere plek in als het gaat om onze Oudhollandse bouwstijlen. Een thuis voor fijnproevers...

Hedendaags verleden
Met de opkomst van het particulier opdrachtgeverschap is het taboe op retro doorbroken. Het historiserende bouwen, zoals deze retro stijl genoemd wordt,is voor de één een verademing, voor de ander pure kitch. Het combineren van traditie met hedendaags comfort vormt een uitdaging. Het uiterlijk mag dan retro zijn, voor het interieur worden wel degelijk nieuwe technieken en materialen ingezet. Bouweisen zijn voor historiserende woningen even streng als voor modernistische bouw. Regelgeving rond energiebesparing, binnenklimaat, brandveiligheid, ventilatie, lichttoetreding, duurzaamheid en maatvoering worden steeds scherper aangescherpt. 'Oude' huizen moeten kwalitatief minstens even goed zijn als andere nieuwbouw.

Klassieke plattegronden kunnen conflicteren met hedendaagse functies. We willen allemaal nu die royale badkamer met bad, vaste trap naar zolder en die inloopkast. Gelukkig zijn er voor het traditionele bouwen de laatste jaren allerlei nieuwe materialen ontwikkeld met een 'vintage' look. Technische snufjes worden op een slimme manier ingepast, zonder de illusie van het verleden te verstoren.

Villa
Een villa staat voor ruimte, licht en leefbaarheid. Individueel ontworpen en voorzien van een speels dak met lage dakgoot, zeer ruimtelijke vertrekken en niet zelden een veranda, serre of inpandig balkon.
Aan een villa worden eigentijdse eisen als comfort, licht, lucht en ruimte ruimschoots ingewilligd. Hoewel er zeer verschillende opvattingen zijn over het begrip villa zijn er toch een aantal gemeenschappelijke kenmerken te ontdekken.

Nederland staat vol met villa´s uit de eerste helft van de 20e eeuw. In tegenstelling tot hun voorgangers zijn ze licht en helder. Plattegrond, dakvorm en gevelindeling zijn per definitie asymmetrisch. De nadruk ligt op de parterre maar zijn wel voorzien van een functionele verdieping. Heel vaak is de villa gestuukt of wit geverfd, waardoor het metselverband en de steensoort van ondergeschikt belang zijn. Heel karakteristiek is een houten topgevel decoratie. Traditionele villa's hebben in veel gevallen een glooiend rieten dak met dito dakkapellen. Er kan ook gekozen worden voor een pannendak in een willekeurige kleur. Schoorstenen zijn meestal in dezelfde asymmetrische stijl gebouwd als de woning. Vaak afgewerkt met een sierkap of een afdekplaat van natuursteen of beton.

Uitbundig en aandacht trekkend. Dat zijn de villa's in Amerikaanse 'suburb' stijl. Onderstreept door de lichte kleuren, houten afwerking en de fantasierijke architectuur van de entree. In contrast met de lichte kleurstelling van de gevels, zien we vaak een donker dak, gedekt met leien of bijv. zink. Dakkapellen contrasteren vaak de vorm van het dak of zitten op een ongebruikelijke plaats. Hier ligt de nadruk op de begane grond. Horizontale lijnen zijn belangrijk, geaccentueerd met grote overstekken. Raampartijen zijn erg groot. We zien forse kozijnen en grote glaspartijen.

De eigentijdse villa wordt vooral gekenmerkt door geometrische vormen, geïnspireerd op het 'nieuwe bouwen' van o.a. de architect Le Corbusier. Een variant daarop zijn de ontwerpen van één bouwlaag met platdak (bungalow). De strakke, rechte vlakvormen worden uitgevoerd in diverse materialen met nadruk op beton. Typerend voor deze modernistische stijl is het werken met glas, vaak in combinatie met stalen kozijnen. Baksteen komen we minder tegen, hetzij als apart gemetseld detail. Recent is bij de bouw van moderne villa's een nieuwe weg ingeslagen met de zoektocht naar herinterpretaties van traditionele materialen als riet, zink of baksteen.

Waterwonen
Waterwonen heeft de toekomst. Was de wooonark van vroeger vaak iets voor hippies en vrijbuiters, nu zien we complete drijvende woonwijken verschijnen. De huidige, onder architectuur gebouwde watervilla's zijn voorzien van alle comfort. Medio 1999 werd de eerste Europese waterwoning officieel ten doop gehouden. Projectmatige aanpak. In Nederland bestaat de woonark al zolang er woningnood is. Daarnaast is er een groep die uit overtuiging graag op een boot wil wonen. Onze museumhavens liggen vol oude vrachtschepen omgebouwd tot woonschip voor permanente bewoning. Wat absoluut nieuw is, is de planmatige aanpak van wonen op het water, waardoor er heuse waterwijken worden gebouwd. 

Er zijn in Nederland inmiddels enkele architectenbureaus die zich exclusief bezig houden met het fenomeen van wonen op het water. Daarnaas hebben een aantal architecten als onderdeel van hun activiteiten één of meer waterwoningen ontworpen Er zijn drie soorten waterwoningen:

  • Drijvende woning:
 Een drijvende waterwoning is een huis gebouwd op een onzinkbaar platform van bijv. beton. De woning ligt al in het water en is eigenlijk een als woonboot vermomde drijvende villa. Het grote verschil met een woonboot is het uiterlijk en de afmetingen.
  • Amfibiewoning: 
Amfibisch wonen staat voor het loslaten van de dwangmatige beheersing van water en voor het toelaten van de invloeden van het weer en de seizoenen in onze woonomgeving. Het is een nieuwe vorm van wonen. De woonvorm gaat uit van een dynamische relatie tussen land en water. De lokale landschappelijke kenmerken vormen het uitgangspunt. Wonen in 'natte' of overstromingsgebieden worden hierdoor mogelijk.
  • Paalwoning
: Een paalwoning is een woning op palen op het vasteland, aan stromen, meren of zeeën, in stilstaand of stromend water. Paalwoningen komen in Nederland nog nauwelijks voor maar langs de zeekust in de hele wereld vind je paalwoningen zoals bij strandtenten en strandhuizen om bescherming te bieden bij hoog water.

Bronvermelding: bouwkavels.nl